Huidig systeem: niet iedereen heeft recht op een mobiel leven

Leestijd 4 – 6 minuten

Hulpmiddelen. Veel mensen hebben ze nodig in een bepaalde levensfase. Hulpmiddelen kunnen aangevraagd worden met vergoeding vanuit de zorgverzekeraar of WMO. De wet geeft aan iedereen met de juiste indicatie recht heeft diverse hulpmiddelen zodat de zelfstandigheid bevorderd wordt. Maar laten we door de invulling van ons systeem zien, dat wij dat ook vinden?

In de eerste zes maanden worden hulpmiddelen vergoed door de zorgverzekeraar. Na deze zesentwintig weken is het afhankelijk van het hulpmiddel hoe de vergoedingen lopen. Zo blijft er een deel bij de zorgverzekeraar maar er is ook een groot gedeelte ondergebracht bij gemeenten. Maar ook in veel situaties wordt de burger geacht zelf een hulpmiddel aan te schaffen.
In mijn vorig artikel gaf ik al aan dat in veel gemeenten de invulling met betrekking tot de WMO op een andere manier ingeregeld kan worden. Nog veel mensen zijn helaas de dupe van de regels die gemeenten zichzelf opgelegd hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vragenlijst van 90 vragen die ingevuld moeten worden, voordat je überhaupt een aanvraag in kan dienen. De drempel wordt hiermee gelijk heel hoog gelegd om een aanvraag in te dienen.

Handhaving van regels en processen

Er zijn gelukkig veel aanvragen te noemen waarbij het verstrekken van hulpmiddelen goed gaat. Als een aanvraag binnen de huidig opgestelde regels van zorgverzekeraars valt, is er niets aan de hand. Iedereen is gelukkig. Aanvraag is keurig ingediend. Hulpmiddel is netjes geleverd. Geen vuiltje aan de lucht.

Maar als de aanvraag afwijkt dan blijkt dat er in veel van dit soort situaties we niet in staat zijn om naar de behoefte van de burger te kijken, maar naar de handhaving van de regels. Wanneer je als burger in een zorgsituatie komt, merk je pas met hoeveel instanties je te maken hebt. Helaas realiseren deze instanties zich dat nog te weinig. Als instantie wordt er vaak alleen vanuit zijn perspectief gekeken, niet realiserende dat zij niet de enige partij zijn, waar een burger mee te maken heeft. Dit terwijl de burger van kastje naar de muur gestuurd wordt en terecht komt in een wirwar van instanties, formulieren en aanvragen. En helaas begint dit bureaucratische systeem al wanneer een gezin met kind(eren) te maken krijgen met het zorglandschap. Deze kaart geeft duidelijk de huidige situatie in het zorglandschap weer.


zorglandschap met gezinnen van Nely Sieffers CC BY-NC-ND

Je moet in het systeem passen.

Neem als voorbeeld Niels Schuddeboom. Niels is sinds jonge leeftijd afhankelijk van een elektrische rolstoel en andere hulpmiddelen. Daarnaast is er vorig jaar oktober bij Niels maagkanker geconstateerd. Niet alleen voor Niels is dit heftig, maar ook voor zijn gezin en de mensen om hem heen. Naast de emotionele achtbaan waar ze in terecht komen, komen er ook veel zorg gerelateerde vraagstukken bij kijken.
Eén van de vele zaken die geregeld moet worden zijn de hulpmiddelen. Wat is er voor nodig om Niels in deze fase een zo optimaal mogelijk mobiel leven te kunnen geven? Een bed. Een tweede bed. Want Niels heeft al een hoog/laag bed in zijn slaapkamer staan.
Er wordt een bed aangevraagd bij een hulpmiddelenleverancier. Deze weigert, want; ‘Er is al een bed aanwezig bij meneer in huis en er wordt maar één bed vergoed door de zorgverzekeraar’. De zorgverzekeraar wordt gebeld. De zorgverzekeraar geeft aan hier over na te willen denken, mits er een motivatiebrief komt van de leverancier. Niels wordt niet geloofd door de leverancier en er wordt geen bed geleverd.
Vegro laat zien dat er wel naar de behoefte gekeken kan worden in plaats van het prijskaartje wat er aan hangt. Zij leveren Niels een tweede bed en geven hem daarmee de mogelijkheid om zowel vanuit zijn slaapkamer als vanuit de woonkamer vanuit een bed in contact te zijn met zijn omgeving. Hoe de vergoeding loopt, dat wordt achter de schermen wel uitgezocht. Niels en alle andere mensen die in zo’n situatie komen, moeten daar immers zo min mogelijk last van hebben.

Dit voorbeeld geeft duidelijk weer dat wanneer er echt naar de behoefte van de burger wordt gekeken, er alleen wordt gekeken vanuit de opgelegde regels en de organisatie erachter. Er kan volgens ‘de regels’ immers maar één bed worden verstrekt. En als er maar één bed nodig zou zijn, was er geen vuiltje aan de lucht. Burger blij, leverancier blij en zorgverzekeraar blij. Maar zodra er iets verandert wat niet in het systeem past, dan loopt het systeem vast.
Wordt er dan alleen nog vanuit het systeem gekeken en niet vanuit de werkelijke behoefte? Gelukkig laten leveranciers zoals Vegro zien dat het wel kan.
Maar ook op andere gebieden wordt er gewerkt vanuit dit behoeftegerichte perspectief. MedMij is hier een mooi voorbeeld van. Een initiatief vanuit het ministerie van VWS, waarbij alle gegevens door de burger zelf beheerd worden. Dit kan eindelijk een einde betekenen aan alle administratieve rompslomp.

De titel van dit artikel kan impliceren dat niet iedereen recht heeft op een zelfstandig leven. In mijn ogen heeft iedereen dat juist wel, alleen de invulling die men aan het systeem geeft, doet anders ervaren. Wat ga jij vandaag weer doen om dit systeem in stand te houden? Of wordt het nu weleens tijd om vanuit het perspectief van de burger te kijken?

Zorgen gemeenten voor het einde van de huidige Wmo?

Leestijd 7 – 9 minuten

Vanuit mijn werkveld heb ik te maken met de welbekende Wmo. Het bedrijf waar ik werk heeft in 2013 een krachtig besluit genomen, naar aanleiding van de bureaucratische invulling die gemeenten geven aan deze wet. Hiermee laat men zien dat er vanuit de idealen wordt gehandeld waarmee het bedrijf is opgericht. En daar ben ik nog steeds trots op, want dit is voor mij een voorbeeld dat er wel bedrijven zijn die het hart op de juiste plek hebben en waarbij dus de mens centraal staat.
Maar juist hierdoor zag ik de Wmo vanuit een hele specifieke invalshoek. Ik kreeg diverse aannames bij de invulling van deze wet. Met als voornaamste: Is de Wmo een instituut op zich geworden, waarbij regels en processen centraal staan in plaats van de burger? En is er een beter alternatief waarbij de burger juist wel centraal staat?

Hoe is deze wet tot stand gekomen?

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de laatste twee jaar zo in het nieuws, dat we vergeten dat deze wet eigenlijk in 2007 voor het eerst het levenslicht zag. Deze wet verving de Welzijnswet die in 1994 werd opgenomen.
Deze nieuwe wet, zoals we hem in 2007 leerde kennen, bracht de huishoudelijke (thuis)zorg (vanuit de AWBZ) onder de regie van gemeenten. Hierdoor werden gemeenten verplicht om deze thuiszorg op de markt aan te besteden.

Er ontstond toen veel onrust. Diverse thuiszorginstellingen vielen buiten de boot  en er dreigden vele honderden thuiszorgmedewerkers op straat te komen staan. Dit is de reden, waarom in deze tijd de Wmo bekend stond als ‘Wet massaal ontslag’.
Pas later werd duidelijk dat er een andere bedoeling is met de indiensttreding van deze wet. Het is een ander manier van denken van het lokaal organiseren van zorg en welzijn. De wet gaat namelijk uit van het idee dat burgers eerst voor zichzelf en hun naasten moeten zorgen en dat de gemeentelijke overheid hen daarin dient te ondersteunen.

Wmo 2015

De Wmo kreeg op 1 januari 2015 een nieuwe invulling. Na 2011 besloot de regering grotere delen van de AWBZ onder verantwoordelijkheid van de gemeenten te brengen. Omdat dit zo’n grootschalig project was, moest de hele wet aanpast worden. Het tweede kabinet Rutte zette de invoeringsdatum van deze enorme operatie uiteindelijk op 1 januari 2015, maar koppelde daar een enorme bezuinigingsoperatie van twee miljard euro aan.
Ook werd er een eigen bijdrage ingevoerd. Gemeenten mogen nu zelf bepalen of er een eigen bijdrage wordt gevraagd, en hoe hoog deze is. Hierdoor is het soms zelfs voordeliger om zelf zorg of een voorziening in te kopen.

Hoe moet het proces van aanvraag tot toekenning verlopen volgens het ministerie van VWS? De volgende afbeelding geeft dat goed weer.

                                (bron: rijksoverheid)

Mooi en eenvoudig, maar helaas blijkt het in de werkelijkheid niet zo soepel te verlopen. Er zijn te veel voorbeelden waarin de bureaucratie de boventoon voert. Bijvoorbeeld in Den Haag, daar begint het met een verplichte uitgebreide digitale vragenlijst met zo’n circa 90 vragen. En dit is nog voordat er een melding gedaan kan worden. Dit vormt direct een grote drempel om een aanvraag in te dienen. Daarnaast is dit formulier voor een deel van de burgers te ingewikkeld; in bijna 60% van de gevallen wordt het invullen van het formulier niet afgerond. (bron: rekenkamer Den Haag)

Wat daarnaast nog te weinig verteld wordt is dat er twee artikelen zijn toegevoegd aan de Wet maatschappelijke ondersteuning, namelijk: Wmo artikel 2.3.2 en 2.3.6.
Artikel 2.3.2 geeft aan wanneer er een persoonlijk plan wordt opgesteld en wordt overhandigd bij de Wmo aanvraag, een gemeente daar in mee moet gaan, of de gemeente nu wel of niet een contract met deze (zorg) leverancier heeft. De eigen keuzevrijheid wordt hiermee teruggegeven aan de inwoner. Waarom vertelt een gemeente dit niet actief? Ditzelfde geldt voor artikel 2.3.6. Dit artikel geeft aan dat een inwoner zelf mag kiezen of een vergoeding via een PGB gaat of niet.

Hoe koopt de gemeente zorg in?

Wanneer een overheidsopdracht zoals bijvoorbeeld inkoop van zorg boven een bepaald bedrag uitkomt, dan kan deze uitgeschreven worden volgens de procedure van Europese aanbesteding.
Leveranciers die mee willen dingen naar een contract, leveren een offerte aan. Een gemeente kan er nog voor kiezen om een aantal van deze leveranciers uit te nodigen voor een presentatie om hun offerte toe te lichten, en hun diensten te presenteren.
Volgens de Europese richtlijnen is een gemeente verplicht om te kijken naar een juiste kwaliteit/prijs verhouding.
Op zich zuivere koek als je het zo leest. Alleen doordat leveranciers een ‘prijzenoorlog’ met elkaar aangaan, en gemeenten dit laat gebeuren, worden vaak lage prijzen geoffreerd waardoor leveranciers mooi kwalitatieve diensten presenteren, maar in de uitvoering deze niet meer uit kunnen voeren, omdat er vaak onder de kostprijs wordt gewerkt. Dit is dan ook de reden waardoor enorm veel mensen die zorg of hulp nodig hebben, tussen wal en schip vallen. Voor gemeenteambtenaren is het vaak lastig om voor deze mensen een gepaste oplossing te vinden, omdat ze vast zitten aan de ‘opgelegde’ regels. De oplossing ligt vaak daarbuiten, maar dat wordt niet gezien, of mag wellicht niet gezien worden.

Tien jaar Wmo. Voltooid leven of niet?

Het is 2017. De Wmo is nu tien jaar in werking en heeft diverse veranderingen gekend. Waar het in eerste instantie in werking werd gezet om huishoudelijke taken over te hevelen naar de gemeenten, zijn er na tien jaar veel taken vanuit de AWBZ in de Wmo gekomen. De taak van de gemeenten is om inwoners te stimuleren om langer thuis te wonen en zij hebben de verplichting te ondersteunen waar mogelijk.
Nog te vaak is de burger de dupe van de bureaucratische invulling die de gemeente er aan geeft. Burgers worden niet gestimuleerd. Ze komen terecht in een web vol regels en plannen. Waarin ze juist een keuzevrijheid moeten hebben, wordt de keuze ze ontnomen. Is de huidige invulling, dan ook de enige invulling die de gemeente aan de Wmo kan geven?

Nee, het kan ook anders. Met minder bureaucratie, minder papierwerk en waarbij de mens centraal staat.

Om een verandering teweeg te brengen binnen de Wmo, dient de gemeente daar een andere houding in aan te nemen. Zo kan het inkopen van zorg via een andere, betere route. Het bestuurlijk aanbesteden.
Bestuurlijk aanbesteden is een relatief nieuwe vorm van inkopen. Hierbij is de keuze van de burger die zorg willen ontvangen leidend. Het wordt dus niet op een klassieke manier aanbesteed, maar aan de hand van randvoorwaarden kunnen zorgleveranciers in gesprek gaan met de gemeente. Belangrijk kenmerk van bestuurlijk aanbesteden is dat er gedurende de looptijd via onderhandelingen gewijzigde afspraken kunnen worden gemaakt en dat aanbieders gedurende de gehele looptijd van de overeenkomsten kunnen toetreden of uittreden. Dat zorgt voor flexibiliteit. En daardoor kan er ook altijd vanuit het oogpunt van de burger gekeken worden.

Maar we kunnen nog een stap verder. In Zweden laten ze pas echt zien wat keuzevrijheid en eigen regie voor een burger betekent.
Waarbij er in Nederland bij het Europees aanbesteden nog veel aandacht is voor de juiste formulering van een aanbesteding, ligt in Zweden heel erg de focus op de juiste kwaliteit van de zorgverlener of leverancier.
Het systeem is zo’n succes, dat het doorgevoerd is naar alle Scandinavische landen. Waar wij in Nederland met wijkteams werken, wordt er bij onze noorderburen met een inkoop- intakeloket gewerkt. Er wordt eerst gekeken naar de zelfredzaamheid van de burger. Wanneer er professionele hulp nodig is krijgt de burger een soort voucher waarmee hij zijn eigen zorg kan inkopen. Doordat de gemeenten op de kwaliteit van een zorgverlener of leverancier let, koopt de burger altijd kwalitatief goede zorg in. De kwaliteit wordt gemeten aan de hand van een jaarlijkse tevredenheidsonderzoek in opdracht van de gemeente. Daarnaast zijn wachtlijsten ook verboden, dus de burger kan de juiste zorg of dienst krijgen wanneer hij het nodig heeft.
Aan aanbestedingen doen ze niet. Een leverancier of zorgaanbieder krijgt een soort vergunning om 7 jaar hun diensten aan te bieden. Hier komt dus geen uitgebreid papieren rompslomp aan te pas.

Met de Wet maatschappelijke ondersteuning zelf zit het wel goed, het gaat dus om welke invulling een gemeente eraan geeft. Helaas is het nog te vaak dat er naar de regels die de gemeente zelf gecreëerd heeft, wordt gehandeld en dat daarbij de burger wordt vergeten.
In mijn ogen zijn de Scandinavische landen al een stuk verder op het gebied van zorg, waarbij de burger complete keuzevrijheid en regie heeft. Maar wel op zo’n manier dat kwaliteit geborgd wordt. In Nederland kunnen we hier ook naar toe, alleen dan dienen er nog wel een paar cruciale stappen gezet te worden.

Is dit dan het moment om gemeenten tot een halt te roepen en ze mee te nemen naar Wmo 3.0?  Welke ambtenaar durft de verantwoordelijkheid te nemen?